Twents Volkslied

In het Twents	Twents Volkslied 	
Er ligt tussen Dinkel en Regge een land
Ons schone en nijvere Twente
Het land van de arbeid het land der natuur
Het steeds onvolprezene Twente
Daar golft op de essen het goudgele graan
Doet 't snelvlietend beekje het molenrad gaan
Daar ligt er de heide in 't paarsrode kleed
Dat is ons zo dierbare Twente (2x)
Waar Twickel zijn torens uit't eikenloof heft
De Lutte zijn heuvels doet blinken
De paasvuren branden alom in 't rond
En 't landvolk de kersthoorn laat klinken
Daar stroomt onze Dinkel zo heerlijk door 't land
Door bossen en velden, langs 't Losserse zand
Daar rust er ons oog van der heuvelentop
Op 't heerlijke landschap ons Twente (2x)
De rookwolk, die stijgt aan de horizon op 
Die wijst ons de nijvere steden 
Met mensen arbeidzaam en degelijk, bewoond 
De zetels van 't krachtige heden 
Daarbuiten in boerschap op heide en veld 
Daar wordt nog de sage en 't sprookje verteld 
Daar rust de Tubanter in 't heuvelig graf 
't Verleden naast 't heden van Twente (2x)
En voert ons het lot ook uit Twente soms weg 
Wij blijven het immer gedenken 
Geen andere landstreek hoe schoon ze ook zij 
Kan 't zelfde als Twente ons schenken 
Wij drukken elkaar in de vreemde de hand 
Gedenkend ons klein, maar zo dierbare land
En moge ons hart in de vreemde ook staan 
Ons hart blijft toch altijd in Twente (2x)

Startpagina van Luitsz

Uw browser ondersteund deze muziek niet.